drugs

Mijn beeld van drugs – deleted scenes uit Vlieg vrij

Deel op facebook
Facebook
Deel op twitter
Twitter
Deel op linkedin
LinkedIn
Deel op email
Email

[ BLOG ] In Vlieg vrij vertel ik over mijn ervaring met Ayahuasca. Wat het me bracht om een innerlijke reis te maken met een plantmedicijn en waarom ik het niet als drugs zie, hoewel het wel een hallucinerend middel is.

Inmiddels denk ik heel anders over drugsgebruik en zie ik dat verschillende middelen helend kunnen zijn, mits ze met die intentie gebruikt worden. In dit verhaal gaat het me eigenlijk niet eens zozeer om de drugs zelf. Mijn nare gevoel kwam vooral door mijn onkunde om met de situatie om te gaan…

Onderstaand tekstfragment haalde het boek niet, maar wil ik toch graag delen:


Ik weet zeker dat ik mee wil doen aan de Ayahuasca-ceremonie, omdat het in mijn beleving geen verdovend middel is. Mensen die mij al langer kennen, zullen dat nogal opvallend vinden, want mijn beeld van drugs was nogal zwart-wit te noemen.

Toen ik net twintig was, ging ik met vrienden in een geleende VW GTI naar de P60 in Amstelveen. Ik ben de BOB, want ik heb niet zo’n behoefte om te drinken. Een live-set van Dave Clarke knalt uit de boxen en ik sloof me uit door hard op te trekken. Vier vrienden en ik op weg naar een technofeest, net als bijna elke zaterdag.

Naar technofeesten ga ik wel vaker en ik weet dat er heel wat XTC wordt geslikt. Het heeft als effect dat mensen meestal heel knuffelig en praterig worden. De strakke kaken malen en pupillen worden groter. Ze zien de wereld heel rooskleurig, zonder dat ze hallucineren, en ze genieten van de sensaties in hun lijf.

Van mij wordt vaak gedacht dat ik onder invloed ben, omdat ik met mijn ogen dicht sta te genieten van de muziek en het dansen. ‘Drink je wel genoeg?’. Met een grote glimlach van herkenning en verbondenheid – drugsgebruikers onder elkaar – krijg ik water aangeboden. Ik glimlach om hun bezorgdheid, sla het water af en dans verder. Zolang niemand mij dwingt ook drugs te gebruiken vind ik het best. Iedereen moet zelf weten wat hij doet.

Echter, er komt een moment dat ik iemand anders’ drugsgebruik wel erg vind. Ik parkeer de auto in de parkeergarage bij de P60 en stap ginnegappend met mijn vrienden uit. Mijn vriend zit nog in de auto. Ik sta klaar om de auto op slot te doen. Waarom duurt het zo lang? Ik buk om naar binnen te kijken en juist op dat moment houdt hij een sleutel bij zijn neus.

Nu kan ik over het algemeen vrij naïef zijn, maar op dit moment begrijp ik meteen dat er hoogstwaarschijnlijk wit poeder op die sleutel zit.

Ik bedoel, zat.

Een enorme woede welt in me op. Het liefst sleur ik hem de auto uit om te vertellen hoe zwak ik hem vindt. Denkt hij dat ik gek ben en het niet doorheb? Waarom moet het stiekem? Ik ben zijn vriendin, dit had hij kunnen aankondigen?

Natuurlijk heeft het me niet verteld, hij weet hoe ik denk over coke. Dat je je van XTC extatisch gaat voelen en nóg gelukkiger, daarvan kan ik me voorstellen dat dat geinig is. Een middel nemen om je stoerder en zelfverzekerder te voelen keur ik af. Het zegt me dat je je anders dus níet zelfverzekerd voelt. Dat je eigenlijk een watje bent, een zwakkeling. En laat ik daar nu een enorme allergie voor hebben.

Het steekt me ook dat hij me blijkbaar niet genoeg vertrouwt om zijn verlangen om coke te gebruiken met me te delen. Ik had het al minder erg gevonden als ik zijn beweegredenen zou weten. Ik vermoed dat hij zich daar helemaal niet bewust van is en dat maakt me nog verdrietiger. Hij doet maar wat. En ik, als iemand die veel nadenkt over het hoe en waarom van mijn handelen, vind dat onbegrijpelijk.

Al deze gedachten schieten door mijn hoofd in de seconde dat ik hem zie snuiven.

En dit is hoe ik werkelijk reageer: ik draai me om. Wacht tot hij uitgestapt is, doe de auto op slot en probeer zo normaal mogelijk naar de ingang van de club te lopen. Ik hou mijn tranen in en tover een lach op mijn gezicht. Back to normal, waar waren we gebleven? Oja, we gingen een feestje bouwen!

De rest van de avond laat ik hem zoveel mogelijk links liggen. Ik voel dat hij soms toenadering zoekt, en zijn ongemak als ik daar niet op in ga. Ik heb geen zin in een confrontatie. Als ik zie dat hij ook nog veel bier drinkt, vind ik hem helemaal zwak en onaantrekkelijk.

Ben boos op mezelf dat ik er niets van heb gezegd. Maar ik voel ook verdriet: hoe kan ik zo naïef zijn? Ik wil eigenlijk geen vriend die coke snuift. Ik schaam me en besluit het niemand te vertellen. Van mijn vriendinnen komt bijna niemand in aanraking met drugs, zij zouden het enorm schokkend vinden. Mijn moeder kan er beter niet achter komen en zijn ouders trouwens ook niet.

In de vroege ochtend rijden we met zijn vijven naar huis. Als laatste zet ik mijn vriend thuis af en meld dat ik niet bij hem slaap.

De volgende (of eigenlijk dezelfde) dag zoek ik hem op en breng ik het voorval ter sprake. Hij snapt niet waar ik me druk om maak. Iedereen doet het, het stelt niks voor en ik heb toch niets vervelends aan hem gemerkt? Ik ben niet in staat hem duidelijk te maken wat het met mij doet, waarom het me raakte, hoe verdrietig het voelde. De afstand tussen ons is niet te overbruggen.

 


Steun je favoriete schrijver

Ben je geraakt of geïnspireerd door mijn schrijven? Heeft het je inzicht gegeven of geholpen om je perspectief te veranderen? Mocht je iets terug willen doen, kun je me op de volgende manieren supporten:

  • Laat een reactie achter onder dit bericht.
  • Deel mijn website of een van mijn blogs via jouw social media en tag me in je bericht. Ik ben actief op Facebook, Instagram en LinkedIn.
  • Doneer een financiële bijdrage via Support een schrijver.
  • Nodig me uit om een (huiskamer-) lezing te geven op je evenement.
Deel op facebook
Facebook
Deel op twitter
Twitter
Deel op linkedin
LinkedIn
Deel op email
Email

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *