7x verhuizen: mijn nomadische bestaan als student

[ gastblog ] Dit zal geen blog zijn, maar een essay (J’essaie) waarin ook ik probeer schoon schip te maken. Dit zal geen verantwoording zijn voor de hoeveelheid spullen die ik bezit, maar een reis door de tijd: mijn nomadische bestaan in de grote stad kende maar liefst zeven verschillende huizen in zeven jaar tijd. Inmiddels kun je dus wel zeggen dat ik veel ben verhuisd, en allemaal in dezelfde stad. Verhuizen is een makkie voor me geworden. Mijn verzamelde meubels zijn inmiddels zo gehavend en oud geworden dat een hippe ‘vintage-hipster’ markt er zijn lippen bij aflikt.

Huis 1: voor het eerst op kamers

Toen ik 17 jaar was, heb ik vlak voor mijn eindexamen een kamer geregeld in Amsterdam op de chique Van Baerlestraat, boven de Gall&Gall. Het was een kamer van 16m2 op drie hoog, met een hospita. Deze kamer bevatte een tweedehands bed, een koelkast, een wastafel, een Ikea rek voor de kleren, een klein bureau en wat oude houten kastjes uit het huis waar ik geboren ben. Hier heb ik twee jaar gewoond voor €400,- per maand. Ik was blij weg te gaan; van de hospita mocht er geen bezoek komen na 22:00 uur en ik moest door hun slaapkamer om te douchen. Ik had dan wel een kamer voor een redelijke prijs op een mooie locatie, maar het werd echt tijd voor een eigen plek.

Huis 2: tijd om te verhuizen

Na twee maanden noodgedwongen thuis te hebben gewoond, begon mijn antikraak avontuur in hartje Oost. Bij het verhuizen naar deze locatie viel me meteen op hoeveel dingen je verzamelt in een huis. Dat bleek bij mijn andere verhuizingen net zo. Ik werd gebeld door de organisatie en kon een huis bezichtigen. Ik wilde het meteen hebben. Het was een groot appartement met jaren 50 aankleding op één hoog, plus een appartement op de derde verdieping.

Het was heel erg groot. Dat het schimmelde als een Franse kaas, maakte me weinig uit. Wie had er nou zóveel ruimte in Amsterdam voor €300,- per maand? Luguber was dat de vorige eigenaar in dat huis gevonden werd toen hij daar al drie weken lag. De stank scheen ondraaglijk te zijn, maar daar was weinig meer van te merken. Het was een huis met enkele beglazing (met ook glas in lood) en zonder verwarming. Je leest het goed. Ik zat ’s winters met een min-temperatuur tv te kijken in de woonkamer. Ach, was ook wel gezellig vond ik. Dat mijn bestek soms bevroor vond ik wel grappig, en hé: altijd koud bier. Na iets meer dan een jaar werd dit pand gerenoveerd en was het tijd voor het volgende huis.

Huis 3: spotgoedkoop wonen

Dit was een huis op de derde verdieping in Bos en Lommer. Met mijn inmiddels verzamelde meubilair vertrok ik naar drie hoog. Inmiddels had ik dus al een grote tafel, meerdere kastjes en een goede tweedehands tv. Dit huis kostte me alleen servicekosten (15 euro per maand) met de voorwaarde dat ik er elk moment uit kon. Ik had dan drie weken om mijn spullen te pakken. Dit appartement was boven dat van een Turks gezin wat stookte voor 6, dus ik heb daar nooit een kachel aangeschaft.

Ik had ook een hoop ingebouwde kastjes en kasten dus dat was prima. Het grappige van dit huis was dat ik alles kon maken; het werd immers toch gesloopt. Daarom gooide ik mijn gebruikte theezakjes tegen het plafond. Die bleven toen hilarischerwijs plakken. Dit vond mijn bezoek dan ook bijzonder amusant en mijn plafond zat snel vol met tientallen bruine zakjes.
Na een periode van 7 maanden werd het tijd voor huis 4.

Huis 4: slechte timing om te verhuizen

Huis nummer 4 was een prachtig appartement op de begane grond in de chique buurt van Oud-Zuid. Hier mocht ik ook voor 15 euro per maand wonen. Een walhalla; het was compleet gerenoveerd en ik was de eerste bewoner. De opzegtermijn was maar een maand, maar dat kon mij weinig schelen. Het was zó goed geïsoleerd, dat mijn dreunende disco hitjes de buren niet bereikten.

Op het moment dat ik eruit moest, kon dat niet met een slechtere timing. Mijn oma werd ziek, mijn tentamenweek kwam eraan en ik zou net een week op vakantie gaan. De woningcorporatie maakte fout op fout waardoor ik maar geen nieuwe woning kreeg toegewezen. De laatste week hing ik dagelijks aan de lijn met de klantenservice, waarbij ik minimaal vier keer doorgeschakeld moest worden.

Toen ik mijn woning leeg moest opleveren, gebeurde het onvermijdelijke: mijn oma overleed. Terwijl dat al tragisch genoeg was, had mijn woningcorporatie voor een paar dagen uitstel van oplevering van de woning geen begrip. Contract is contract. Na wat dreigen dat ik de woning zou barricaderen (het was immers veel geld waard), werd het met pijn en moeite toch geregeld en mocht ik iets later verhuizen.

Huis 5: een goede buur…?

Tijd voor huis 5. Bij de verhuizing brak de enige voordeursleutel af, maar gelukkig konden we het afgebroken deel met een pincet uit het slot peuteren en kopiëren bij de plaatselijke winkel. Man, dat was me een dag. Ik verhuisde naar Landlust. Een kleine buurt in Bos en Lommer, die bekend staat om één bewoner. Iedereen die daar woont kent hem; maar dan in negatieve zin. Dat was mijn nieuwe buurman. De man was een klassieke hoarder, wiens woning volstond met troep. Ook de straat ervoor stond ramvol met fietsen en wrakken. Het was iemand die dagelijks bij me aanbelde om om geld te vragen. Mijn fiets (waar niets mee aan de hand was) was dan ook alvast gefixt voor me. Hij schijnt inmiddels een gebiedsverbod te hebben. Ik was na anderhalf jaar dan ook blij met huis 6.

Huis 6: laatste dagen als student

Dit appartement was 800 meter van het vorige adres, dat werd makkelijk verhuizen. Het was een lekker stekkie waar ik het fijnst gewoond heb. De vorige bewoners waren zeer nette en vriendelijke mensen die de woning goed achterlieten. Het was een paleisje voor één persoon, met een mooie prijs van rond de 400 euro per maand. Hier heb ik mijn laatste dagen als student gesleten. Op dit moment woon ik samen met een heel goede vriend in huis nummer 7: een prachtig appartement. Zo voelt het toch alsof ik met elk appartement een stukje vooruit ben gegaan en mezelf op een andere manier heb leren kennen. Zo staat elk huis voor mij gelijk aan een levensfase. Ik ben dan ook benieuwd hoe veel huizen er nog op mijn pad gaan komen.

Liefst zonder inmenging van een harteloze woningcorporatie (dat is een pleonasme) en het liefst zonder een buurman als fietsenmaker, als het even kan.

Geschreven door Tom Schlagwein, inmiddels afgestudeerd en heeft een baan.

Als een nomade van huis naar huis trekken, ik doe het zelf sinds april 2016. Lees waarom en hoe in het blog Prima leven zonder eigen huis.

 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *