bezit

Wat je bezit is op weg naar anderen

Deel op facebook
Facebook
Deel op twitter
Twitter
Deel op linkedin
LinkedIn
Deel op email
Email

[ gastblog ]

‘Wat je bezit is op weg naar anderen.’ Toen ik deze dichtregel van Willem Hussem jaren geleden voor het eerst las, vond ik hem prachtig – en ook een tikkeltje weemoedig. Dat is inmiddels veranderd. Nu raken me de woorden nog net zo, maar ze zijn gaan glimmen: de weemoed is geweken voor lichtheid en plezier.

Meer aandacht, minder spullen

De verandering gebeurde doordat ik besloot om meer aandacht te besteden aan de dingen die ik écht belangrijk vind. Eigenlijk wist ik het al: dit zijn voor mij dus geen ‘dingen’ maar zaken zoals tijd doorbrengen met familie en vrienden, iets ondernemen, iets leren, muziek beluisteren, lezen, spelen of juist helemaal niets doen. Ik begon te vinden dat de materiële dingen om me heen juist erg veel ruimte in beslag nemen – niet alleen fysiek maar ook in mijn dagelijks denken en doen. En zo besloot ik om mijn bezit nader te bestuderen en te gaan ‘ontspullen’.

Op zoek naar rust

Want al die spullen in mijn huis, daar werd ik nogal onrustig van. En dat is ook niet gek, want: rommel is de verzameling van al die dingen waarover je nog geen keuze hebt gemaakt – en waar je dus nog iets mee moet. Die enveloppe op de eettafel – die je nog niet eens geopend hebt. Die mooie blouse waarvoor je 3 jaar geleden een vermogen hebt betaald – en je hebt hem sindsdien twee keer aan gehad. Deze dingen blijven tegen je praten: de enveloppe fluistert ‘maak me open, maak me open’, en de blouse ‘je zou me echt vaker aan mogen doen, hoor’. Allemaal dingen die aandacht trekken zodra je blik erop valt: dat geeft geen fijn gevoel. Wil je dat werkelijk de hele tijd meemaken? Nee dus.

Tabula rasa…

Alleen – waar moet je beginnen als je huis vol met voorwerpen zit die je eigenlijk liever niet meer om je heen hebt? Moet je het boekje van Marie Kondo bij de hand nemen en beginnen om je kleding te reduceren naar een minimale set? En vervolgens je boeken? Je papieren, je andere dingen, spullen waaraan je gehecht bent? En dan de hamvraag: hoe zou ik ooit voldoende tijd kunnen vrijmaken voor zo’n rigoureuze opruimactie?

… of opruimen met beleid?

Gelukkig kan het ook anders, zo leer ik van Iris. Jawel, zij heeft haar werk ervan gemaakt om anderen te helpen bij het opruimen. Ik vind het leerzaam: er zijn technieken zijn om te kiezen wat je om je heen wilt hebben en wat dus niet. Er zijn methodes hoe je je omgeving stapsgewijs zo inricht dat het voor jou fijn voelt. Het is handig om elk voorwerp een eigen plek te geven. Wat een opluchting om het opruimproces niet alleen te hoeven opstarten.

In Thuis zonder huis wordt uitgebreid ingegaan op het proces van loslaten en ontspullen, bestel het boek hier.

De spullen mogen weg…

Gaandeweg het opruimen neemt mijn plezier toe. Het verbaast me hoe trots ik kan zijn op een mooi opgeruimd plankje met slechts een fractie van de spullen die er eerder op hadden gelegen. Ik houd enkele dierbare dingen, waar ik graag naar kijk. Van de nieuwe ruimte word ik daadwerkelijk rustiger. Het lijkt alsof de dingen nu kunnen ademen omdat ze meer lucht om zich heen hebben gekregen. Ik snuif de nieuwe leegte op en voel me licht en blij.

… en naar anderen toe

En dan is er nog de verzamelplek van spullen die mijn huis mogen verlaten. Waar gaan ze naar toe? Zal ik ze weggooien? Nee dus, zonde. Weggeven aan vrienden? Dat voelt alsof ik hen opschep met een afdankertje, of opzadel met een probleem dat ikzelf liever niet in huis hebt. Hm. De kringloop dan? Misschien een goede oplossing. In de praktijk blijkt dit inderdaad voor mij het beste te werken. Wat een goed gevoel krijg ik nadat de aanpakkende mannen de spullenberg uit de gang hebben verwijderd en ik de deur achter hen dicht kan doen: Wat ik bezit is op weg naar anderen.

En nu?

In de laatste maanden hebben veel dingen mijn huis verlaten. En er komen ook niet meer zo veel dingen bij. Maar af en toe sluipen weer wat oude gewoontes binnen: op weg naar een andere kamer wil ik iets op een willekeurige plek droppen. Of ik betrap me als ik iets in een la wil proppen om hem daarna weer lekker dicht te kunnen schuiven: abracadabra, weg is de rommel. Het goede nieuws is natuurlijk dat ik bewust ben van mijn gedrag: ik kan nu ook een andere keuze maken.

Ik kies voor eenvoud

Het behouden van de nieuwe orde vereist in mijn geval wel aandacht en discipline – ondanks dat ik opruimen leuk ben gaan vinden. Maar daar ben ik geenszins alleen mee, weet ik. Willem Hussem, de auteur van de prachtige dichtregel hierboven, zei over zijn werk: ‘Ik heb er een leven aan gewerkt om mijn werk zo eenvoudig te krijgen. Ik moet die eenvoud elke keer opnieuw op mezelf veroveren’. Hoe herkenbaar vind ik dit. En ik verheug me er nu al op om weer eens een hele dag de tijd te nemen om mijn bezit onder de loep te nemen en toe te werken naar meer eenvoud. De gedachte alleen maakt me helemaal blij.

Geschreven door Brit, bezit een eigen huis, heeft een passie voor koffie en taal, liefhebber van tiny houses. 

Deel op facebook
Facebook
Deel op twitter
Twitter
Deel op linkedin
LinkedIn
Deel op email
Email

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *